Ik was als tiener altijd aan het tekenen
en altijd bezig met strips.
Samen met mijn vader bezocht ik dan ook allerlei stripbeurzen.
Zo zag ik dat een Nederlands kampioenschap striptekenen bestond
en dat ik mee kon doen. Dat stond natuurlijk op mijn lijf geschreven!
Aan de hand van mijn inzending werd ik uitgenodigd voor de finale.
Het thema was dat jaar ‘cowboys’.
Na eventjes denken wist ik het grapje.
Ik tekende een strip over een cowboy met een paard dat nooit ergens zin in had.
Nadat de jury in beraad was gegaan hadden ze mijn strip als winnaar gekozen!
Dit betekende een stevige handdruk van Aimee de Jong, een enorme doos strips en…
Dat ik een strip mocht tekenen die in de Eppo kwam,
het stripblad dat ik thuis elke week op de mat kreeg.
Nou, dit was natuurlijk helemaal geweldig.
Ineens wilden er allerlei journalisten met me praten.
Ik kreeg radio-interviews
En een aantal artikelen in de krant.
Dat was wel heel bijzonder en vreemd om mee te maken.
Daarna kwamen ook voor de eerste keer opdrachten binnen van mensen.
Daarvan heb ik toen veel dingen geleerd die ik nu nog steeds toepas in mijn werk!
Tien jaar later is tekenen zelfs mijn beroep geworden,
maar dan als illustrator voor bijvoorbeeld videospellen, podcasts,
opdrachtgevers en nog veel meer.
Helaas geen strips, ook al lees ik die nog altijd met veel plezier-
en soms mag ik storyboards maken, die lijken aardig op stripverhalen.
En het striptekenen verdwijnt nooit echt uit je DNA,
ik heb nog wel een paar ideeën voor een mooi stripverhaal, dus wie weet?
Mijn grootste tip is om niet te veel na te denken over je eindproduct.
Het hoeft niet in een keer perfect te zijn!
Door gewoon te gaan schetsen, tekenen en te blijven schaven
kom je vanzelf op goede ideeën.
“Make it exist first, make it good later.”